|
ESPERANTO in een NOTENDOP
Esperan'to, o., voor
internationale betrekkingen bestemde *kunsttaal, samengesteld
in 1887 door de Pool oogarts Ludwik Lazarus *Zamenhol * De
woordenschat is voor ca. 60 pct ontleend aan de Romaanse
talen, voor ca. 30 pct. aan de Germaanse en voor ca. 10 pct.
aan de Slavische talen. Deze elementen, fonetisch gespeld
(één klank: één teken) zijn gesystematiseerd in een
grammatica zonder uitzonderingen, die uit 16 elementaire
regels bestaat, door ieder in korte tijd te leren. De
klemtoon valt altijd op de voorlaatste lettergreep. De
woordstammen hebben een vaste betekenis: de woorden worden
gevormd uit de stam met achtervoeging van specifieke
uitgang, b.v. -o (zelfstandig naamwoord), -a (bijvoeglijk
naamwoord), -e (bijwoord), -i (onbepaalde wijs).
Voorbeelden: patro (vader), patra en patre
(vaderlijk);
skribi (schrijven), skriba skribe (schriftelijk), skribo
(schrift). De werkwoordsvormen zijn voor alle personen
gelijk; tijden: -as (tegenwoordige tijd), -is (verleden
tijd), -os (toekom, de tijd); voorwaardelijke wijs: -us;
gebiedende wijs: -u. Veel woorden worden gevormd door middel
van voorachtervoegsels, b.v. koko (haan), kokino (kip),
inkokido (kuiken), koketo, (haantje), kokideto (kuikentje);
varma (warm), malvarma (koud), varmeta (lauw), malvarmeta
(koel). |
|
KORTRIJK aan de LEIEBOCHT
"TALEN LEREN is BRUGGEN BOUWEN"

esperan'to-insigne, o. (-s), vijfpuntige groene ster, embleem van het Esperanto.
De vijf punten van de ster symboliseren de
vijf werelddelen, de kleur groen staat voor de hoop. Als de
ster los wordt gebruikt van de vlag staat er vaak een "E"
in, zodat iedereen kan herkennen dat het de Esperanto-ster
is. |
|
In de praktijk wordt
Esperanto onder meer gebruikt bij radio-uitzendingen, op het
gebied van toerisme en in de handel. Jaarlijks worden
internationale congressen met ca. 4000 deelnemers uit ca. 40
landen gehouden. Op het gebied van de letteren bestaat een
omvangrijke verzameling vertaalde werken, terwijl in de
oorspronkelijke Esperantolitteratuur alle genres zijn
vertegenwoordigd, van sonnet tot cabaret. Behalve in
cursussen voor volwassenen, wordt Esperanto onderwezen op
scholen en inrichtingen van hoger onderwijs in o.a.
Engeland, Duitsland, Joegoslavië en Japan. In Nederland
wordt het gedoceerd op verschillende kweekscholen (sinds
1964 bestaat er een Lager Onderwijsakte). In België werkt
de Vlaamse Esperantistenbond (gemeenschappelijk orgaan met
de Ned. Esperantistenvereniging), die in allerlei steden
afdelingen heeft. De diverse Esperanto-organisaties doen
belangrijk opvoedend werk op het gebied van internationale
samenwerking en uitwisseling van culturele waarden, hetgeen
o.a. door de Unesco in 1954 in haar Algemene Vergadering te
Montevideo erkend is.
LiTT. G.F. Makkink,
Esperanto leren lezen (1949); L. Lapenna, Fundamentele
feiten over de internationale taal Esperanto (1966); M. Pei,
Wanted a world language (1969). |